FEBRUARI 2011

 

 

Charlie Perelli – Buenos Aires / Argentinië


Welke intelligentie schat u als de meest betrouwbare: de intellectuele intelligentie of de emotionele intelligentie?


Beide intelligenties functioneren op basis van gevoelens. Maar we weten dat gevoelens verbonden zijn met onze conditioneringsprocessen en dus bedrieglijk zijn. Onze intellectuele en emotionele intelligentie geven ons daardoor zowel betrouwbare als onbetrouwbare inhouden van de realiteit. Wie dichter bij de realiteit wil komen, zal eerst grondig moeten nadenken over de fundamenten van ons denken en over de structuren van onze waarneming. Hij of zij zal moeten inzien dat we ons denken voortdurend gebruiken om onze beperkte perceptie van de werkelijkheid in stand te houden. Hij of zij zal dan inzien dat de enige manier om ons denken daarvan te verlossen het stopzetten van deze gewone gedachtegang is. Wanneer dat gebeurt en we niet meer trachten om nieuwe kennis overeen te laten stemmen met vergaarde kennis, staan we werkelijk open voor nieuwe inzichten. Pas dan kunnen we de focus op elke vorm van schoonheid leggen. Er is dan geen sprake meer van intellectuele of emotionele intelligentie maar van een intelligentie die beide samenbrengt en overstijgt: de spirituele intelligentie.

 


 

Friedrich Müller – Berlijn / Duitsland


Filofictie is een genre dat blijkbaar filosofie en literatuur laat samensmelten. Maar moet er geen duidelijk onderscheid blijven tussen realiteit en fictie? Schept het anders geen verwarring?


Een goede vraag waarover de meningen waarschijnlijk verdeeld zullen zijn. Laten we beginnen met het verduidelijken van beide benamingen: Een filosofische tekst zou een onbevooroordeelde reflectie op de totaliteit van al wat is moeten zijn. De tekst zou geen verbeelding en fictieve elementen moeten bevatten. Dat houdt in dat er geen personages gecreëerd mogen worden en geen gebeurtenissen ingebeeld mogen worden. De literaire tekst daarentegen zou alleen mogen gelden als een product van de verbeelding en het gevoel. Dat houdt in dat fictieve elementen, gebeurtenissen en ingebeelde personages hier wel gecreëerd mogen worden. Laten we nu aandacht schenken aan het verschil dat het grote publiek maakt tussen filosofen en schrijvers. Filosofen staan bekend om hun vaak onbegrijpelijk vakjargon en om redeneringen die de meeste mensen niet kunnen volgen. Schrijvers van literatuur worden eerder gezien als kunstenaars, creatieve zielen die niet echt in de academische wereld thuishoren. Maar wat is nu eigenlijk het verschil tussen filosofie en literatuur? Is dat het verschil tussen een filosoof en een schrijver? Een schrijver kan nochtans meer gemeen hebben met een filosoof dan met een andere schrijver. Is het dan niet zo dat de individuele verschillen groter zijn dan de verschillen tussen die twee categorieën? En, wat is nou filofictie? Een litterair genre dat filosofie en literatuur bijeen brengt door alle gebieden tussen rede en gevoel te laten vervagen met als doel het denkvermogen van de lezer geen grenzen meer te laten ervaren. Filofictieve dialogen beschrijven gebeurtenissen en ontmoetingen tussen deels reële, deels literair gecreëerde personages, die redeneren en interpreteren maar die ook allerhande meningen en stellingen verduidelijken of tegenspreken en zo de lezer in de gelegenheid brengen om zijn kennis te verdiepen. Filofictie spreekt inderdaad tegelijkertijd het intellect en de verbeelding aan en verschilt dus niet van de wijze waarop elk van ons zijn leven waarneemt.

 


 

Guillaume Nothomb – Luik / België


Wat vindt u van synchronistische gebeurtenissen en mysterieuze toevalligheden, voorvallen die ons een bizar gevoel geven dat moeilijk te definiëren is?


Elk toeval, zoals elke gebeurtenis overigens, is vol van betekenis. En ieder van ons hecht aan bepaalde gebeurtenissen meer belang dan aan een andere. Een mysterieus toeval is een gebeurtenis die laat vermoeden een verborgen betekenis te hebben. Zo’n gebeurtenis wordt gekenmerkt door haar synchroniciteit en eist op die manier de aandacht van de persoon. We onderscheiden verschillende types van synchroniciteit, de belangrijkste zijn degene die in de tijd worden ingedeeld, wat men voorgevoelens noemt, degene die in de ruimte worden ingedeeld, wat men helderziendheid noemt of synchroniciteiten die als gedachten rechtstreeks in de geest van twee personen opduiken zonder objectieve oorzaken of aanleiding, wat men dan telepathie noemt. Al deze synchroniciteiten geven ons toegang tot een realiteit buiten de grenzen van de fysieke dimensie en werpen een licht op de eenheid die er bestaat tussen mensen onder elkaar en tussen mensen met alle dingen. Toevallige gebeurtenissen kunnen niet alleen onze visie en ons begrip van het universum verbreden, maar beschikken ook over een creatieve kracht want de betekenis die een persoon geeft aan de toevalligheden die hij ervaart, brengt onvermijdelijk een verandering in zijn of haar toekomstig leven.

 


 

Bryn Chrisman – New York / USA


De mens onderscheidt zich van alle andere wezens door zijn rationeel denkvermogen. Betekent dat dan ook dat de mens de bevoorrechte eigenschap heeft om als enig wezen bewust te zijn van de werkelijkheid?


Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen wat is en wat we waarnemen. De talloze materiële verschijningsvormen die we waarnemen zijn eigenschappen van het bewustzijn maar het bewustzijn zelf is niet alleen voorbehouden aan de mens. Het bewustzijn is veel meer dan dat. Het gaat om een universele kracht die de hele werkelijkheid doordringt en alle menselijke eigenschappen overstijgt. De mens is een van de vele manifestaties van het bewustzijn, net als alles wat hem omringt, al is hij wel een bijzondere manifestatie omdat hij over een denkvermogen beschikt. Het denken is een specifieke ontwikkeling van het bewustzijn, ongetwijfeld waardevol en nuttig, maar ook uitermate eenzijdig en mogelijk gevaarlijk, omdat het de neiging heeft eigen theorieën te ontwikkelen en zich daardoor af te zonderen van het wezenlijk bewustzijn. De bevoorrechte eigenschap van de mens ligt dus niet in het feit dat hij als enig wezen bewust kan zijn van de werkelijkheid, maar in het feit dat hij dankzij zijn denkvermogen in staat is opnieuw toe te groeien naar het bewustzijn waaruit alles ontspringt.